De Schooltijden
Maandag: |
8.30-14.15 |
|---|---|
Dinsdag: |
8.30-14.15 |
Woensdag: |
8.30-14.15 |
Donderdag: |
8.30-14.15 |
Vrijdag: |
8.30-14.15 |
Coöperatief leren
In de eerste weken van het schooljaar besteedt de
school nadrukkelijk aandacht aan de vorming van
effectieve groepen. Er wordt bewust aandacht besteed
aan het introduceren, kennismaken en het ontwikkelen
van sociaal gedrag in de groepen. Er zijn diverse
activiteiten om de fases van ‘forming’, ‘storming’ en
‘norming’ positief te beïnvloeden. Er wordt hierbij
gebruik gemaakt van de ‘Kanjertraining’ en de principes
van de ‘verbindende school’. Het samenwerkend
leren wordt de kinderen aangeleerd via de vijf
basiskenmerken:
1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid
Leerlingen er van overtuigen dat ze van elkaar afhankelijk
zijn, is de eerste voorwaarde voor coöperatief leren die
leerkrachten moeten realiseren. Via drie manieren is dit
te structuren: resultaatafhankelijkheid (doel, beloning,
externe factoren), middelafhankelijkheid (materiaal,
rol, volgorde) en afhankelijkheid tussen leerlingen.
Dit leidt tot zeven vormen van positieve wederzijdse
afhankelijkheid.
2. Individuele verantwoordelijkheid
Via een kleur of een nummer moet de bijdrage van
ieder afzonderlijk groepslid herkenbaar zijn. Taken en
rollen stimuleren dit ook. Het gebruik van rollen wordt
aangeleerd via een viertal stappen. Het is van belang
meeliften en buitenspel zetten te voorkomen. Een manier
is om elk lid van de groep verantwoordelijk te stellen voor
een deel van de groepstaak.
3. Directe interactie
Er is weinig wachttijd. Kinderen zijn tegelijkertijd aan de
beurt. Er wordt veel gecommuniceerd en ieder kind heeft
een gelijk aandeel in het proces. Kinderen helpen elkaar.
Deze houding en vaardigheden moet stap voor stap worden
opgebouwd.
4. Samenwerkingsvaardigheden
Kinderen ontwikkelingen deze vaardigheden niet spontaan.
Er moet door de leerkracht expliciet aandacht aan worden
besteed. De vaardigheden moeten worden aangeleerd
en geoefend. Hier zijn zes stappen voor ontwikkeld.
(gesprek met leerlingen, T-kaart maken, demonstratie
door rollenspel, oefenen met feedback, toepassen
in coöperatieve werkvormen, transfer). Een aantal
vaardigheden is een voorwaarde om te kunnen starten
met coöperatief leren. De samenwerkingsvaardigheden
zijn onderverdeeld in basisvaardigheden, voortgezette
vaardigheden en vaardigheden voor gevorderde groepen.
Het is van belang om twee keer per week groepsvorming
centraal te stellen en één keer per week klasvorming. Dit
staat los van leerstof.
5. Evaluatie van het groepsproces
Er moet altijd een evaluatie plaatsvinden op de cognitieve
en sociale doelen. Als leerlingen van het samenwerken
willen leren moeten ze feedback krijgen. Leerlingen
kunnen hun samenwerkingsvaardigheden alleen verbeteren
als ze informatie ontvangen over hoe ze de vaardigheden
uitvoeren. We verwachten de volgende positieve
ontwikkeling:
• De kinderen leren actief en constructief: er is veel
interactie.
• De verschillen tussen kinderen worden benut als kansen
om van elkaar te leren.
• Het levert een bijdrage aan het realiseren van een goed
pedagogisch klimaat.
• Het adequaat toepassen van coöperatief leren heeft
een positief effect op de leerprestaties en de sociaal
emotionele ontwikkeling van kinderen.
Het samenwerkend leren vindt plaats tijdens alle
vakken en is geïntegreerd binnen het interactieve
directe instructiemodel. De geïntegreerde zaakvak
methode ‘Topondernemers’ is gebaseerd op het
samenwerkend leren. Door samen te werken en samen
te leren moeten kinderen de aangeboden leerstof
verwoorden aan hun klasgenoten. Wetenschappelijk is
bewezen dat dit een positief effect op het toe-eigenen
van de leerstof.

Samenwerkend leren